Gij zijt mijne splinter.
Voor ‘t Kulderzipken:
Gij zijt mijne splinter.
Gij zijt mijn pelsje in de winter.
Gij zijt mijn vinger om te porren.
Gij zijt mijn varken zonder knorren.
Gij zijt mijn gordijn om in te hangen.
Gij zijt mijn rood bebloste wangen.
Gij zijt mijn post-it die blijft kleven.
Gij zijt mijn mooiste woord ooit geschreven.
Gij zijt mijn kruimeltje wit brood.
Gij zijt mijn stuk geruststellend bloot.
Gij zijt mijn welriekende vampier.
Gij zijt mijn overbelaste lachspier.
Gij zijt mijn handdoek om te drogen.
Gij zijt mijn glitter in twee ogen.
Gij zijt mijn bakje om te zappen.
Gij zijt mijn vleugels die hard flappen.
Gij zijt mijn schoenen deftig knopen.
Gij zijt mijn plek om bij te hopen.
Gij zijt mijn wanordelijk overzicht.
Gij zijt mijn stevig evenwicht.
