Wat is het nut van een pyjama met zachte buitenkant wanneer je alleen in bed ligt?
(en is het dan zo fout om hem dan zelf binnenstebuiten aan te trekken?)

Wat is het nut van een pyjama met zachte buitenkant wanneer je alleen in bed ligt?
(en is het dan zo fout om hem dan zelf binnenstebuiten aan te trekken?)
Samengeklitte wimpers maken je blind.
Afgebladderde oogklitten laten je zien.
Zonder peuterende klauwtjes blijf je onziend.
Door afgepelde vertelsels krijg je inzicht.
Zicht in wat er achter geklitte ogen zindert.
Zorgzame strelen geven zin.
Zin in schoorvoetend zien.
(Door schrapend gegluur begrijp je.)
Les temps sont durs pour les rêveurs…
~ Le fabuleux destin d’Amélie Poulain
Uw schaamteloosheid heeft mij te pakken.
De manier waarop gij, steeds weer, mij weet te embelliren,
waarop gij met gevoel voor ritme uw kromme tenen schaak zet
en mijn kloppende liefde weet te vangen met uw net van veel te lange wimpers.
Uw donzige oren trekken aan demijne, uw wervelende hoofdhaar weet mij te vervoeren.
Jouw tintelende vingertoppen begoochelen vlug, snel genoeg voor de bonk van ons hart.
Vijverdiepe oogpoelen weigeren te ont-goochelen, ze brilleren mij blind voor wat niet wil.
Vreemde vogels, vreemde vreemden.
Vieze volle vatsige versleten vlaaien.
Ze zijn niet lief. Nooit lief.
Kunnen ze niet zijn.
Niet met wollen winterwantjes.
Aan hun wazige winterhandjes.
Voor ‘t Kulderzipken:
Gij zijt mijne splinter.
Gij zijt mijn pelsje in de winter.
Gij zijt mijn vinger om te porren.
Gij zijt mijn varken zonder knorren.
Gij zijt mijn gordijn om in te hangen.
Gij zijt mijn rood bebloste wangen.
Gij zijt mijn post-it die blijft kleven.
Gij zijt mijn mooiste woord ooit geschreven.
Gij zijt mijn kruimeltje wit brood.
Gij zijt mijn stuk geruststellend bloot.
Gij zijt mijn welriekende vampier.
Gij zijt mijn overbelaste lachspier.
Gij zijt mijn handdoek om te drogen.
Gij zijt mijn glitter in twee ogen.
Gij zijt mijn bakje om te zappen.
Gij zijt mijn vleugels die hard flappen.
Gij zijt mijn schoenen deftig knopen.
Gij zijt mijn plek om bij te hopen.
Gij zijt mijn wanordelijk overzicht.
Gij zijt mijn stevig evenwicht.
Want je kunt niets zeker weten
en alles gaat voorbij
Maar ik geloof,
ik geloof,
ik geloof,
ik geloof,
ik geloof in jou en mij…
Boudewijn de Groot – Avond
<3 RogierPierPoesVisKiekenKleintjeAap
Holding on to facts that’ll never be proven
Faking an action cus no one’s looking.
Song to Sing When I’m Lonely – John Frusciante
Bomen staan rotsvast
En zijn eerder relatief.
Ze begrijpen mensenwoorden
En uiten zich als woordendief.
Fluisteren is liegen,
Over woorden vol van klank.
Wanneer gefluister weerklinkt,
Is het blad niet meer zo blank.
Poëzie doet zwijmelen,
Relatieve leugens niet.
Poëzie is leugens uiten,
Waar een boom soms van verschiet.
Net als een luchtkasteel
begonnen met een zucht
opgewassen tegen stormen
een kasteel
een kasteel van lucht.
Kleurloos en onbezonnen
soms kun je barsten zien
soort van tintelende grenzen
onbuigzaam
onbuigzaam heel misschien.
Ik wil niet ruilen voor 1000 vlidners
en ik zet het nooit te koop
1 ding wil ik niet verliezen
mijn droom
mijn droom van hoop.
Weer je mond
weer je haakjes
weer je haakjes op je mond
laat me los jij
jij met je weerhaakjes
(op je mond.)
Ik zou je graag eens duwen.
In je rug porren en in je zij.
Eens kijken hoe je snoeten trekt.
Als je mij ziet ben je blij.
Schrijlings schuifelde hij mijn kamertje binnen. Eerst piepen door het sleutelgat. Ja, kleintje?
Ik heb drupjes horen vallen. Als potloodpuntjes blauw en groen. Toe, neem een teugje, je billen
blijven vast wel droog. ‘t Overviel mij, als het vallen van de blaadjes. Let je even niet op, staat
daar ‘n bloempje met een steeltje met een blaadje met een knop. Grote? Ja kleintje? Krijg ik een
streeltje? Over je kopje als je dat wil. Met bevende klauwtjes, adertjes knappen met een gil.
Het geluid van een fototoestel leek u te vervoeren
Ik kende het niet
Ik kende u niet
Ik wou het wel
Ik wou het kennen
Ik wou u wel eens ontvoeren
Ik zag u zitten
Daar
Zitten
In de steentjes
Ge luisterde naar de egeltjes
Op de steentjes
Die voor eeuwig liggen
Vastliggen op papier
Maar gij ook ze
Lees maar.
Op mijn papier.
Mijn. Papier.